Alle kerken

Domkerk

Geschiedenis en gebouw

geopend: 10:00 - 17:00

Voorgeschiedenis

Domkerk en DomtorenHet huidige Domplein heeft een rijke geschiedenis. Van circa 47 tot eind 3e eeuw na Christus hadden de Romeinen er een legerkamp (castellum) gevestigd. Dat de Frankische koning Dagobert in de 7e eeuw op dezelfde locatie een kerkje liet bouwen was niet toevallig. De Frankische koningen zagen zichzelf namelijk als opvolgers van de Romeinen. De kerk die Dagobert liet bouwen werdverwoest, maar in 695 herbouwd door de missionaris Willibrord. Na zijn komst naar Utrecht stichtte Willibrord een geestelijk centrum om van daaruit de Friezen te bekeren tot het christendom. De herbouwde kerk wijdde hij aan St. Maarten en een daarnaast nieuw gebouwde kerk aan St. Salvator. Aan beide kerken was een kapittel verbonden.

Niet veel later werd iets verderop een grotere Salvatorkerk gebouwd, waarna de oude Salvatorkerk de Heilige Kruiskapel genoemd werd. Eeuwenlang hebben er dus drie kerken op het huidige Domplein gestaan. De kerken en immuniteiten vulden de ruimte van het voormalige Romeinse legerkamp. De St. Maartenskerk werd uiteindelijk verbouwd tot de huidige Domkerk. De Salvatorkerk en Heilige Kruiskapel werden gesloopt, respectievelijk in 1587 en in 1826.

Eeuwenlang hebben er drie kerken op het huidige Domplein gestaan

De St. Maartenskerk werd in 777, toen het bisdom Utrecht ontstond, tot kathedraal verheven. De
kerk werd in de loop van de tijd meerdere keren herbouwd: rond 920 na verwoesting door
Noormannen en in 1023 na een grote brand. Toen de kerk in 1253 ten prooi viel bij een grote
stadsbrand, besloot men de toen romaanse kathedraal te vervangen door een gotische. Dit is de
huidige Domkerk.

Bouwgeschiedenis

In 1254 maakte men een begin met de vervanging van de bestaande romaanse kathedraal door een nieuwe gotische. Onder leiding van verschillende bouwmeesters kwam het gebouw in ruim 260 jaar tot stand. De kathedraal bleef ondertussen in gebruik, waardoor de oude Dom in fasen vervangen moest worden. Zo bleef het romaanseVerwijst naar de romaanse bouwkunst die eind 10e eeuw ontstond en die onder meer voortborduurde op constructies die in de Romeinse bouwkunst waren ontwikkeld: massieve stenen muren en ton-, kruis- en koepelgewelven. De romaanse bouwkunst wordt tevens gekenmerkt door rondboognissen, rondboogvensters en rondboogfriezen. schip bijvoorbeeld nog meer dan 200 jaar in gebruik. De werkzaamheden begonnen bij het koor met kooromgangWandelgang om de koorsluiting die, wanneer daar sprake van is, tevens toegang geeft tot de straalkapellen. en straalkapellen. Rond 1300 maakte men een begin met de zuiderzijbeuk en daarna de noorderzijbeuk van het koorDe ruimte in de kerk (meestal aan de oostzijde) waar het hoofdaltaar is geplaatst. Het koor is vaak te herkennen aan de halfronde of veelhoekige koorsluiting. Het koor is soms gescheiden van het schip door middel van een koorhek of muur.. Hier werden verschillende kapellen en de sacristie gevestigd. In 1320 verplaatste de aandacht van de bouwers zich van het koorKoor, of gedeelte van het koor, dat enige treden boven het niveau van de rest van de kerk ligt. (oostzijde) naar de westzijde.

Onder leiding van verschillende bouwmeesters kwam het gebouw in ruim 260 jaar tot stand

Onder leiding van bouwmeester Jan van Henegouwen, ook wel Jan van den Doem (=Dom) genoemd, startte de bouw van de Domtoren. Met de komst van een tweede bouwmeester met de naam Jan van den Doem (werkzaam van 1360-1396) pakte men het werk aan het koor weer op. Het werd voorzien van een koorlantaarnBovenste deel van het koor (de lichtbeuk) dat van glasvensters is voorzien met gewelvenEen gebogen metselwerkconstructie die een ruimte overspant. Een gewelf bestaat uit stenen die zijdelings zo tegen elkaar steunen, dat in de hele constructie uitsluitend drukkrachten optreden. De naar buiten gerichte krachten moeten worden opgevangen, bijvoorbeeld door steunberen of luchtbogen. Er zijn allerlei soorten gewelven, zoals het tongewelf en het kruisgewelf. en luchtbogen. Daarna werd er een begin gemaakt aan de kloostergang, die in het derde kwart van de 15e eeuw werd voltooid. Ook werd er toen onder meer gewerkt aan de kapel van
Rudolf van Diepholt (1465), het Groot Kapittelhuis (1462-1467, tegenwoordig de aula van de Universiteit van Utrecht) en het  dwarsschip. In 1479 werd de overkapping en het torentje hiervan voltooid. Maar er bleven Zij-aanzicht Domkerkook delen onvoltooid: de gewelven en de bekleding van de geveltoppen van het dwarsschip werden niet uitgevoerd.

Ook het schipDe romp van een kerk, onderscheiden van het koor en voorbouwsels. Het schip kan uit één beuk bestaan, maar ook onderverdeeld zijn in een middenschip en zijbeuken (zijschepen)., waarvan de bouw rond 1480 begon, is niet volgens plan uitgevoerd. Het ontwerp bestond uit een middenschipDe middelste van de drie (of vijf, of zeven) beuken of schepen van een kerk, hal of moskee. met zijbeuken en zijkapellen. Het Domkapittel had graag de Heilig Kruiskapel willen afbreken om die ruimte bij het schip te kunnen betrekken, maar kreeg hier geen toestemming voor. Zodoende werd de zuidzijde van het schip smaller dan de noordzijde. Het schip werd in flamboyante gotiekBouwkunst in West-Europa die zich vanaf de 12e eeuw ontwikkelde en mede was ontstaan door de uitdaging om steeds hogere kerken te bouwen, waar tevens meer licht binnen kwam. De spitsboogvensters met traceringen, luchtbogen, steunberen en kruisribgewelven zijn enkele van de kenmerkende onderdelen in de gotische bouwkunst. uitgevoerd, maar bleef vanwege geldgebrek onvoltooid. Het werd onder meer niet overwelfd en ook de streefpijlers en luchtbogen werden niet uitgevoerd. Na de uitbreiding van de sacristie, de bouw van de domproostenkapel, de plaatsing van een groot venster in de westgevel en de overkapping van het schip was het geld op en stopte de bouw begin 16e eeuw definitief.

De Reformatie en Beeldenstorm

In de loop van de 16e eeuw nam de onvrede over verschillende praktijken binnen het katholieke geloof toe. Bekende theologen als Johannes Calvijn en Maarten Luther wilden het katholicisme hervormen, maar zij en hun volgelingen werden tegengewerkt. Uiteindelijk kwam het tot een breuk tussen de katholieken en de aanhangers van het nieuwe geloof, de protestanten. In 1566 en 1580 leidde de onvrede in Nederland tot een zogenaamde BeeldenstormDe grootschalige vernieling van religieuze kunst en liturgische voorwerpen, uit onvrede over bepaalde praktijken en uitwassen binnen het rooms-katholieke geloof. In 1566 en 1580 trof de Beeldenstorm vele kerken in Nederland. , de grootschalige bestorming van kerken en andere religieuze gebouwen waarbij de beelden en andere kunstvoorwerpen werden vernield.

Het gebouw veranderde van de belangrijkste kerk van een groot bisdom in een reguliere protestantse kerk

De DomkBeschadigde graftombe Domkerkerk bleef niet gespaard in 1580: zo werden onder meer de gezichten van verschillende beeldhouwwerken weggeslagen. Het 14e-eeuwse retabel van Anna te drieën is het meest sprekende voorbeeld van de Beeldenstorm in de Domkerk.
Nog in hetzelfde jaar werd de uitoefening van het katholicisme officieel verboden door het Utrechtse stadsbestuur. Kerken en kloosters werden opgeheven of aan de protestanten gegeven, ook de Domkerk.

 Het gebouw veranderde van de belangrijkste kerk van een groot bisdom in een reguliere protestantse kerk en is dat tot op de dag van vandaag gebleven. Alleen tijdens de Franse bezetting werd de kerk in 1672-1673 weer even voor katholieke diensten gebruikt. Toen in 1853 de bisschoppelijke hiërarchie werd hersteld, werd niet de Domkerk maar de vlakbij gelegen St. Catharinakerk in gebruik genomen als kathedraal van het bisdom van Utrecht.

De grote storm in 1674

Op 1 augustus 1674 raasde er ’s avonds een grote storm over Nederland, die overal veel schade aanrichtte. Van de Utrechtse kerken waren vooral de Jacobikerk, Pieterskerk en Buurkerk hard getroffen. Maar bij geen van deze kerken was de schade zo groot als bij de Domkerk: het schip stortte in. Enkele muren en kapellen werden deels gespaard, maar er was een groot gat ontstaan tussen het koor en de toren. Na het eerste puinruimen en stabiliseren van het gebouw, werd er weinig actie meer ondernomen.

In de bestrating van het Domplein is de plattegrond van het verdwenen schip aangegeven

Zowel het Utrechtse stadsbestuur als het kapittel wilden zo weinig mogelijk geld in het gebouw steken. Het stadsbestuur beval het kapittelGroep van rooms-katholieke geestelijken (kanunniken) die tot een Dom- of collegiale kerk behoren. Een collegiale kerk wordt door het kapittel bediend en heeft geen bisschopszetel, zoals een Domkerk wel heeft. In Utrecht waren er vijf kapittels. In 1811 werden alle kapittels in Nederland opgeheven. uiteindelijk in januari 1676 om het dwarsschipOok wel transept genoemd. Het dwarsschip staat haaks op het schip en maakt dat een kerk een plattegrond van een kruis krijgt (kruiskerk). Het dwarsschip heeft dezelfde hoogte als het schip en bestaat uit drie delen. De kruising, het snijpunt van het kruis, en twee armen aan weerszijden daarvan (kruisarmen/dwarsbeuken). en koor af te sluiten om verder verval en oplopende kosten te voorkomen. Pas toen het stadsbestuur zelf actie ondernam door een aanbesteding uit te schrijven, kwam ook het kapittel over de brug. Metselaar Gijsbert Theuniszoon van Vianen (die ook aan de Pieterskerk en Janskerk werkte na de storm) en Melchior van den Bosch kregen 17.000 gulden voor het puinruimen en het dichten van het koor. In 1682 was het werk klaar. Het schip werd niet herbouwd en de overblijfselen takelden langzaam af. In 1825 werd een deel van de grond van de Domkerk aan de stad overgedragen, die verschillende muren liet slopen om een plein (het huidige Domplein) aan te kunnen leggen. Uiteindelijk werd pas in 1826 het allerlaatste puin geruimd. In hetzelfde jaar werd ook de Heilig Kruiskapel gesloopt. In de bestrating van het Domplein is de plattegrond van het verdwenen schip aangegeven, net als de plattegronden van de voormalige Heilige Kruiskapel en de St. Salvatorkerk.

‘Tot ick te Uytert quam, gelade met verdriet,Domtoren en Domkerk
Stont binnen Uyters poort, maar kende Uytert niet;
Het was er al in rou, vol kerremen en weene,
Veel straten lagen woest, onbruyckbaar van de steene,
Veel huysen gevelloos, van dack en glas ontbloot,
Veel boomen uytgeruckt, veel mensch en beesten doot.
De kerrick van de Dom, ’t vermaerde werelts-wonder,
Dat soo veel eeuwen heught, dat ley oock hallef onder (…).
Fragment uit ‘De Donder-Basuyne Godts, geblasen over Hollandt en Uytert op den 1 augustus
1674 (…)’ (Amsterdam, 1674).

De Domtoren

Nadat het voorgebouw van de oude romaanse Dom in 1308 instortte, werd er nagedacht over een vervanger en zo ontstond het idee voor een hoge toren. Bouwmeester Jan van Henegouwen, ook wel Jan van den Doem genoemd, maakte het ontwerp van een circa 126 meter hoge toren. Deze bestond uit twee grote vierkanten met daarboven een achthoekige open lantaarnHier de bovenste, opengewerkte geleding(en) van een toren. Het heeft vaak de vorm van een achtkant. , die werd bekroond met een natuurstenen spits.

Na een grote storm in 1836 kwam de roep om sloop van het sterk gehavende gebouw, maar dat leidde gelukkig juist tot een restauratie

Domtoren straatbeeldHet is uitzonderlijk dat de Domtoren als vrijstaande toren werd ontworpen. Normaal gesproken werden kerken voorzien van één of twee torens die onderdeel van de kerk waren. Bij de Domkerk kon dit niet, omdat de heren van het kapittel van St. Salvator recht van overpad hadden. Als de toren aan de Domkerk zou zijn gebouwd, dan zou de Salvatorkerk en omliggende grond niet meer bereikbaar zijn geweest. In 1320 ging de bouw van de toren van start. Er werd een grote bouwput gegraven, waarin het fundament gemetseld werd. Een jaar later begon men met het muurwerk van het onderste vierkant. De kapel voor de bisschop, de Michaelskapel, kreeg een plek in deze eerste geleding van de toren. Na een bouwstop (1328 - circa 1342) ging men verder met het tweede vierkant, later gevolgd door de lantaarn. Maar, rond 1364 ontstonden er scheuren in het tweede vierkant. Het ontwerp werd toen aangepast: de hoektorens van de lantaarn werden uit het plan geschrapt, net als de hoge spits. Deze werd vervangen door een lage kap (waardoor de toren nu 112 m hoog is). Na de oplossing van de problemen ging de bouw gestaag door, totdat de Domtoren in 1382 gereed kwam.

Eind 15e eeuw werd de toren door een brugkapel met de Domkerk verbonden, maar deze verbinding verdween weer toen een grote storm in 1674 het schip van de kerk deed instorten. De toren had de storm wél doorstaan, maar door gebrek aan onderhoud was het verval reeds ingezet. Na een grote storm in 1836 kwam de roep om sloop van het sterk gehavende gebouw, maar dat leidde gelukkig juist tot een restauratie. Van 1901-1929 vond een grote restauratie plaats, waarna in de loop van de tijd nog verschillende herstelbeurten volgden. 

In de Domtoren

In het onderste vierkant bevindt zich de Michaelskapel, die tot 1580 gebruikt werd als bisschopskapel en van waaruit de bisschop via de brugkapel naar de Domkerk kon lopen. Tegenwoordig wordt het onder meer gebruikt voor huwelijksvoltrekkingen.

De torenwachter was verantwoordelijk voor het stellen van het uurwerk, maar ook voor de bezoekers die de toren kwamen bekijken

Klokkentoren DomtorenBoven de Michaelskapel bevindt zich de Egmondkapel die, ondanks zijn naam, nooit als kapel heeft gefunctioneerd. Eeuwenlang waren hier een torenwachterswoning en gelagkamer gevestigd. De torenwachter was niet alleen verantwoordelijk voor het stellen en het onderhoud van het uurwerk, maar ook voor de bezoekers die (vanaf de 15e eeuw) de toren kwamen bekijken. Hij verdiende wat bij door de bezoekers van een drankje te voorzien in de gelagkamer. Helaas werd zowel de woning als de gelagkamer begin 20e eeuw verwijderd.

In het tweede vierkant werd in 1356 de definitieve klokkenstoel geplaatst, die in 1505 werd vervangen. In de nieuwe klokkenstoel kwamen dertien luidklokken te hangen, gemaakt door de bekende klokkengieter Gerard van Wou. In 1664 werden zeven klokken verkocht. Het ontbrekende aantal werd in 1982 weer aangevuld tot dertien.

Na de klokkenstoel werd de Domtoren in 1369 voorzien van een uurwerk, dat in 1658 vervangen
werd door een nauwkeuriger werkend exemplaar. In 1859 werd het huidige uurwerk gemaakt door
de Parijzenaar Amadé Borrel.

Helemaal bovenin, in de lantaarn van de toren, werd in 1664 een beiaard (carillon) geplaatst die
werd voorzien van 35 klokken. Deze klokken waren gegoten door de beroemde broers François en
Pieter Hemony. In de loop van de tijd heeft de beiaard verschillende wijzigingen ondergaan.
Tegenwoordig bestaat hij uit 50 klokken, waarvan er 34 Hemonyklokken zijn.

Restauraties in de 19e en 20e eeuw

Vanaf 1850 onderging de Domkerk een lange en ingrijpende restauratie. Gedurende tientallen jaren werd de kerk door verschillende architecten onder handen genomen. Enkele voorbeelden van de werkzaamheden zijn de reconstructie van de balustrade in het koor, het aanvullen in terracotta van verdwenen of aangetaste onderdelen, het openen van ramen en het reconstrueren van traceringenVlechting van metselwerk, vaak als decoratieve vulling in onder meer de koppen van gotische nissen en muurvlakken. De tracering van een venster is bedoeld om grote glasvlakken stevigheid te verlenen. Er wordt dan een raamwerk voor het glas gevormd. . Waar in de eerste decennia veelal reconstruerend te werk werd gegaan, was dat begin 20e eeuw veel minder. Toen werden ook enkele 19e-eeuwse toevoegingen weer weggehaald, waaronder een toegangsportaal. De restauratiewerkzaamheden eindigden in 1938.

DertWaterspuwers en hogels op Domkerkig jaar later ging het Rijk akkoord met de restauratieplannen voor vijf Nederlands hervormde kerken in Utrecht (Domkerk, Janskerk, Jacobikerk, Nicolaaskerk en Buurkerk) en stelde geld beschikbaar. De Domkerk werd van 1979-1988 als laatste kerk gerestaureerd.

Naast de onderhoudswerkzaamheden en het verhelpen van gebreken, vonden er ook reconstructies plaats. Zo werden onder meer balustraden, waterspuwers en hogelsEen siermotief in de gotische bouwkunst. De hogel was oorspronkelijk knopvormig, maar kreeg later de vorm van omkrullend bladwerk. Het is een onderdeel van een pinakel, een spits gotisch torentje dat onder meer ter decoratie op luchtbogen werd geplaatst. geplaatst. Het werk van eerdere restauraties liet men veelal ongewijzigd. Een van de belangrijkste veranderingen was de bouw van een theehuis dat uitkijkt op het pandhof. Het werd ontworpen door de restauratiearchitect, T. van Hoogevest, die ook de avondmaalstafel in het koor ontwierp.

De werkzaamheden in het interieur van de Domkerk waren vooral op behoud en consolidatie gericht. Wel werden onder meer enkele gebruiksruimtes gecreëerd in de oude sacristieVertrek in de nabijheid van het altaar waar de religieuze voorwerpen en gewaden voor de eredienst bewaard en klaargelegd worden. In vroegere tijden was de ruimte ook vaak het archief, de boekerij en schatkamer van een kerk. , librije en Blasiuskapel. Ook werd bijvoorbeeld de opstelling van de banken gewijzigd. Voorheen stonden ze rond de preekstoel, in de jaren ’80 van de 20e eeuw werden ze in het koor geplaatst. Dit maakte het dwarsschip makkelijker toegankelijk en zorgde voor een meer open karakter. 

Gebruik door de eeuwen heen

Interieur DomkerkVanaf de eerste steenlegging in 1254 voor de nieuwe gotische kerk functioneerde de Domkerk als katholieke kathedraal, immers tijdens de bouw gingen de diensten in de oude romaanse kerk gewoon door. De Domkerk was de belangrijkste kerk van een groot bisdom, totdat de uitoefening van het katholicisme officieel verboden werd in 1580.

Op een onderbreking in 1672-1673 na, toen de kerk tijdens de Franse bezetting voor katholieke diensten werd gebruikt, is het sinds 1580 in gebruik als protestantse kerk. Het koor speelde in de protestantse eredienst geen belangrijke rol en zodoende werd het in 1636 in gebruik gegeven aan de Academie (Universiteit Utrecht) voor officiële gelegenheden. Vandaag de dag functioneert de Domkerk niet alleen als protestantse kerk, maar wordt het ook opengesteld voor allerlei evenementen, zoals concerten, huwelijken en tentoonstellingen. De kerk is elke dag geopend voor het publiek.

Interieur

Gewelven DomkerkVerschillende belangrijke gebeurtenissen hebben hun sporen nagelaten in het interieur, waaronder de Beeldenstorm, de versobering toen het gebouw als protestantse kerk ging functioneren en de grote storm van 1674. Samen met onder meer het licht, de hoogte (de gewelven in koor en dwarsschip bevinden zich zo’n 32 meter boven de grond) en de gotische aankleding zorgen deze eeuwenoude sporen voor een indrukwekkend geheel. De verschillende rijkversierde grafkapellen en grafmonumenten van belangrijke geestelijke en wereldlijke heren versterken dit.

In de kooromgang staat het Heilig Graf uit 1501, dat tijdens de Beeldenstorm niet gespaard bleef

Een bijzondere plek in de kerk is de grafkapel van bisschop Jan van Arkel (†1378). Naast de fijne 14e-eeuwse wanddecoratie, bestaande uit gotische traceringenVlechting van metselwerk, vaak als decoratieve vulling in onder meer de koppen van gotische nissen en muurvlakken. De tracering van een venster is bedoeld om grote glasvlakken stevigheid te verlenen. Er wordt dan een raamwerk voor het glas gevormd. en fabeldieren, is er ook het retabelAchterbouw van een altaar. Een retabel bestaat uit beeldhouwwerk, houtsnijwerk of een schilderij en is vaak voorzien van zijvleugels. De zijvleugels zijn aan de voor- en achterkant bewerkt. De voorstellingen op het middenstuk hebben doorgaans betrekking op het leven van Christus, Maria of een andere heilige. Op de zijvleugels zijn vaak de schenkers van het retabel met hun beschermheilige afgebeeld. van Anna te drieën. Het gepolychromeerde beeldhouwwerk van circa 1500 werd tijdens de BeeldenstormDe grootschalige vernieling van religieuze kunst en liturgische voorwerpen, uit onvrede over bepaalde praktijken en uitwassen binnen het rooms-katholieke geloof. In 1566 en 1580 trof de Beeldenstorm vele kerken in Nederland. in 1580 ernstig beschadigd: alle gezichten werden weggehakt. Het werd op een onbekend moment weggestopt achter een muur en pas in 1919 ontdekt.

De naastgelegen grafkapel, met de tombe van bisschop Guy van Avesnes (†1317), heeft een zelfde wanddecoratie en ook hier werd in 1919 een spectaculaire vondst gedaan: een 15e -eeuwse schildering waarop de gekruisigde Christus is weergegeven, met links Maria en Johannes de evangelist en rechts St. Margaretha en een draak. Overige (fragmenten van) schilderingen in de kerk zijn bijvoorbeeld de tapijtschilderingen op de pijlersEen vrijstaand en massief stuk metselwerk, dienende om een bovenbouw te dragen. Een pijler/pilaar is meestal rechthoekig, vierkant of kruisvormig, maar soms ook ruitvormig, veelhoekig of rond. in het koorKoor, of gedeelte van het koor, dat enige treden boven het niveau van de rest van de kerk ligt..

In de kooromgangWandelgang om de koorsluiting die, wanneer daar sprake van is, tevens toegang geeft tot de straalkapellen. staat het Heilig Graf uit 1501, dat tijdens de Beeldenstorm niet gespaard bleef. Het toont de gestorven Christus, met daaromheen engelen, profeten en wachters. Er zijn twee soorten engeltjes in de kroonlijst: geklede engeltjes in gotische stijl en naakte engeltjes in renaissance-stijl. Op het schilderij boven het graf staan de namen van personen die in de gedachteniskapel herdacht worden.

graftombe van admiraal Willem Joseph van GhentHet koor met hoogkoor was de belangrijkste plek in de katholieke eredienst. Waar vroeger het hoogaltaar stond, werd in 1676 de marmeren graftombe van admiraal Willem Joseph van Ghent  (†1672) geplaatst. De befaamde beeldhouwer Rombout Verhulst maakte het rijkversierde graf. Van Ghent is afgebeeld in zijn wapenrusting, eromheen zijn allerlei verwijzingen naar zijn functie, heldendaden en afkomst weergegeven.

Tevens liggen in het hoogkoor enkele 15e-eeuwse vloertegels die de keizers Koenraad II (†1039) en Keizer Hendrik V (†1125) gedenken. Hun hart en ingewanden werden in de Domkerk bijgezet. Naast bovengenoemde grafmonumenten en gedenkstenen zijn er nog verschillende andere grafmonumenten, zerken en gedenktekens te vinden in de kerk.

In het dwarsschipOok wel transept genoemd. Het dwarsschip staat haaks op het schip en maakt dat een kerk een plattegrond van een kruis krijgt (kruiskerk). Het dwarsschip heeft dezelfde hoogte als het schip en bestaat uit drie delen. De kruising, het snijpunt van het kruis, en twee armen aan weerszijden daarvan (kruisarmen/dwarsbeuken). vallen meteen de glas-in-loodramen op. Deze grote, indrukwekkende ramen werden gemaakt door R.N. Roland Holst en verbeelden de evangelisten en vier elementen (1926, zuiderdwarsbeuk) en verschillende profeten (1936, noorderdwarsbeuk).

Bijzondere versieringen

Versiering op grote hoogte: de sluitstenen in het koor


Zoals vaker in de gotiek vind je in de Dom versieringen op plekken die zich (bijna) aan het menselijke oog onttrekken. Zo’n 30 meter boven de vloer van het koor bevinden zich vier prachtig versierde sluitstenen.

Op het moment dat zo’n bovenste steen de opgemetselde bogen van het gewelfEen gebogen metselwerkconstructie die een ruimte overspant. Een gewelf bestaat uit stenen die zijdelings zo tegen elkaar steunen, dat in de hele constructie uitsluitend drukkrachten optreden. De naar buiten gerichte krachten moeten worden opgevangen, bijvoorbeeld door steunberen of luchtbogen. Er zijn allerlei soorten gewelven, zoals het tongewelf en het kruisgewelf. sloot, rustten alle boogstenen tegen elkaar en stond het kruisgewelf op zichzelf. Juist die belangrijke laatste sluitsteen werd vaak versierd met beeldhouwwerk. In de Domkerk zijn veel sluitstenen met bladversieringen, maar niet in het koor.

Waar alle bogen Domkerk Irrgang DSC08891c kopiesamenkomen boven het hoogkoor kijken we naar een hemels tafereel: Jezus die zijn gekroonde moeder Maria zegent. In de kruisgewelven bevinden zich op de sluitstenen de symbolen van drie van de vier evangelisten: de gevleugelde mens (Matteüs), de gevleugelde leeuw (Marcus) en de adelaar (Johannes). Maar waar is Lucas? Ooit was het plan om een langer koor te bouwen. Toen het koor korter uitviel, was er geen plaats meer voor vier…….

 

Preekstoel

De gemeente van het Citypastoraat Domkerk vond die gerichtheid op de kansel te eenzijdig en daarom heeft men bij de restauratie en herinrichting in 1981-1985 gekozen om de banken in de lengterichting tegenover  elkaar te plaatsen. De zondagse kerkdienst heeft daarmee twee brandpunten: de preekstoel met het Woord en de tafel met het avondmaal.

De vormgeving van de preekstoel is duidelijk vanuit het gebruik en de plaatsing in de kerk ontstaan

De actuele preekstoel dateert van 1926, toen er een grote restauratie en herinrichting in de Dom plaatsvond. Het ontwerp is van de interieur- en meubelontwerper Willem Penaat (1875-1957), die toen ook het dooptuinhek, een nieuw kerkbankenplan en de gezangborden ontwierp. Penaat had uitdrukkelijke opvattingen over een nieuwe meubel- en interieurkunst. Hij wilde 'mooie' meubels maken voor gewone mensen, die door hun eenvoud en bruikbaarheid een heilzame werking op de gebruikers zou kunnen hebben. Hij gebruikte weinig decoratie en stimuleerde 'inheemse' materialen als koper en eikenhout.

Preekstoel DomkerkDe vormgeving van de preekstoel is duidelijk vanuit het gebruik en de plaatsing in de kerk ontstaan. Geen kleine, ronde of zeshoekige 'ton', met daarboven een groot klankbord, maar een ruime toegankelijke katheder, met een brede, houten achterwand die als klankbord fungeert en de ijzeren steunbalken van het orgel aan het zicht onttrekt. 

De decoratie is eenvoudig en bestaat uit een aantal symbolen. Bovenaan, links en rechts van de preekstoel, bevinden zich van links naar rechts, uit hout gesneden: ramskop (Christus als voorganger van de kudde en geofferd in Isaäks plaats), mensenkop (Mattheus), leeuwenkop (Marcus), runderkop (Lucas), adelaarskop (Johannes) en nog eens ramskop. Op het dooptuinhek in het midden: de ark van Noach. Aan de zijkant zijn nog andere symbolen te vinden zoals: pelikaan, slang, vis en het wapen van Utrecht. Dit alles in de stijl van de Art Nouveau.

Onder de lezenaar van de preekstoel is een opvallende adelaar te zien. Deze adelaar (symbool van Christus) werd in 1926 ontworpen door de kunstenaar Ludwig Oswald Wenckebach. Elders in de Dom verwijst de adelaar, wanneer hij in gezelschap is van de andere evangelisten, naar de evangelist Johannes. 

Het is bekend dat er zich in de 15e eeuw al een vaste preekstoel in de Dom bevond. Maar na de Franse tijd vond er in 1826 een herinrichting plaats in de Dom onder leiding van de architect T.F. Suys. Hij liet een houten galerij aanleggen en ontwierp nieuwe banken en een preekstoel, volgens de opvattingen van die dagen. Bij de restauratie van 1921-1938 zijn al deze veranderingen verwijderd om plaats te maken voor de ontwerpen van Penaat. Alleen de orgelkas uit die tijd (1831) is bewaard gebleven. 

Doopvont

De doopvontBekken voor de toediening van de doop en het bewaren van het doopwater. Het doopvont staat aan de westelijke zijde in een kerk. is van zandsteen gemaakt in 1978 door de beeldhouwer Taeke Friso de Jong (geboren in 1948). Hij werkt in verschillende materialen, en heeft onder meer diverse monumenten voor het zuidwestelijke deel van de provincie Utrecht gemaakt. Zijn atelier is in Kamerik; zie www.taekedejong.nl.

Op de doopvont zijn twee voorstellingen uitgebeeld:
• De intocht van het volk Israël vanuit de woestijn door de Jordaan in het land van belofte
• De doop van Jezus in de Jordaan
Doopvont DomkerkDe woestijn is aangeduid door een palmboom. Het beloofde land is weergegeven als een wijnstok met druiventrossen. Volgens Numeri 14:23 zond Mozes verspieders naar het beloofde land, en daar troffen zij enorme druiventrossen aan. Tussen de palm en de wijnstok is de doortocht door de Jordaan uitgebeeld. De Jordaan is als een paar slingerlijnen boven de figuren aangeduid. De doortocht is beschreven in Jozua 3 en 4. In Jozua 4 staat ook dat de Ark van het Verbond, met daarin de Tien Geboden, als laatste de doortocht maakte. Dat is zichtbaar op de doopvont. De Ark is herkenbaar aan de uitbeelding van de twee cherubs die volgens Exodus 25:18-20 op het deksel geplaatst moesten worden. De voorste twee figuren hebben een staf in de hand.

Het tweede deel van de illustratie betreft de doop van Jezus in de Jordaan door Johannes de Doper. Dit staat beschreven in alle vier Evangeliën, en bij alle vier wordt ook verteld van de duif, als een manifestatie van de Heilige Geest, die bij of kort na de doop boven Jezus zichtbaar was. Deze duif, een teken van hemelse goedkeuring, is zichtbaar op de doopvont. De engel die links van de doopscène staat, is afkomstig uit de oosters-orthodoxe verbeelding van de Doop. Hij staat met bedekte handen, ten teken van eerbied.

De doop is in de christelijke gemeente de doorgang van de dopeling naar de gemeenschap van de gelovigen. De doop is rijk aan betekenissen. Er is de betekenis van ondergaan en opstaan, dood en verrijzenis met Christus (Romeinen 6). Er is de betekenis van reiniging van zonden: oud vuil wordt weggewassen, het begin van een nieuw leven. En er is de betekenis van levend water (Psalm 42).

Orgel

Orgel DomkerkDe oudste vermelding van een orgel in de Domkerk is van 1342, toen het schip van de Dom nog romaans was. Dit orgel werd in 1480 verplaatst naar de noorderdwarsbeuk toen het schip onder handen werd genomen. Het werd in 1571 vervangen door een nieuw orgel, gemaaktdoor Peter Janszoon de Swart.
In de loop van de tijd werd dit orgel meerdere malen gerepareerd en vernieuwd, maar in 1826 was de toestand zo slecht dat reparatie niet langer de beste keuze leek. De bekende Utrechtse orgelbouwers Jonathan en Johan Bätz bouwden een nieuw orgel, waarvoor architect T.F. Suys een neogotische kast ontwierp. Een groot aantal pijpen van het oude De Swartorgel kregen een plek in het nieuwe orgel, dat in 1831 geplaatst werd.
Sinds 1970 staat er ook een kabinetorgel in de Domkerk. Dit orgel werd eind 18e eeuw door Gideon Thomas Bätz gemaakt en kwam na verschillende omzwervingen uiteindelijk terecht in de Domkerk, waar het een plaats kreeg in het koor.
Tot slot kreeg de Dom een derde orgel in 1989. Het werd geplaatst in de noorderdwarsbeuk. Het binnenwerk bleek van grote historische waarde te zijn. Het pijpwerk was grotendeels van de hand van de 17e-eeuwse orgelmaker Apollonius Bosch en was aangevuld met 18e-eeuwse pijpen. Alvorens het orgel in de Dom werd geplaatst, werd het pijpwerk gerestaureerd en voorzien van een sobere eikenhouten kast.

Klokken

De klokken hangen in de tweede geleding van de Domtoren. Salvator (diameter 227 cm) is de grootste klok van de stad Utrecht, deze weegt 8.223 kg, Adrianus (76,1 cm) is de kleinste en weegt 392 kg. Daartussenin zijn er, naar aflopende grootte, Maria, Martinus, Michael, Johannes Baptista, Magdalena, Agnes Maior, Agnes Minor, Poncianus, Campana Crucis (de Kruisklok), Beningnus en Thomas. In de Domkerk vindt u informatie over wat de namen van deze klokken met de geschiedenis van de Domkerk te maken hebben.

In de 17e eeuw werden de zeven kleinste klokken verkocht om er een nieuwe beiaard mee te betalen

Klokken DomkerkDe oorspronkelijke dertien klokken werden in 1505 vervaardigd door de Kampense klokkengieter Geert van Wou.  In de 17e eeuw werden de zeven kleinste klokken verkocht om er een nieuwe beiaard mee te betalen. Toen de Domtoren in 1982 600 jaar bestond, werden er replica’s van de zeven verdwenen luidklokken weer aan het gelui toegevoegd. Verder bevindt zich hier nog een kleine klok van Van Wou uit 1506. De herkomst is onduidelijk.

 

Beiaard
De beiaard bevindt zich in de bovenste geleding van de Domtoren, de lantaarn, en gaat in zijn huidige vorm terug tot in de 17e eeuw. Hij werd vervaardigd door François en Pieter Hemony. Tot de grote torenrestauratie in 1902 is er enkele malen aan de beiaard gewerkt. In 1965 begon de klokkenstoel uit 1906 ernstige roestverschijnselen te vertonen en bleek een grondige restauratie nodig. De stalen klokkenstoel werd vervangen door een stoel van hout. Op dit moment heeft de beiaard 50 klokken, waarvan er 34 vervaardigd werden door de gebroeders Hemony. De overige klokken zijn van de Koninklijke Eijsbouts Klokkengieterij uit Asten.

Kindercarillon

In de Egmondkapel van de Domtoren staat het ‘kindercarillon’.  Dit kleine klokkenspel bestaat uit 20 klokken. Twaalf klokken zijn in 1933 gegoten door de Engelse gieter Joh. Taylor uit Loughborough en waren bestemd als aanvulling op de Hemonybeiaard van 2 octaven in de Nicolaïkerk. Deze klokjes sloten niet goed aan bij de bestaande reeks Hemonyklokken en zijn in 1953 vervangen door klokjes van de gieter Petit & Fritsen. In 2004 zijn deze klokjes, samen met 8 nieuwe klokjes van Eijsbouts opgehangen in een speciale klokkentoren, ontworpen en gebouwd door Henk Scholte.

Klokgelui

  • Salvator 
  • Maria 
  • Martinus 
  • Michael 
  • Johannes Baptista 
  • Magdalena, Baptista, Martinus, Salvator 
  • Martinus, Maria, Salvator, Michael, Baptista, Magdalena 

 

Literatuur

- Cerval, W.J. De orgels van de Dom. Utrecht, 2001.
- Delemarre, F., A. van Deijk, P.C. van Traa. Middeleeuwse kerken in Utrecht. Zutphen, 1988.
- Hoekstra, T. (red.). De Utrechtse Domkerk. Utrecht, 1991.
- Kam, R. de, F. Kipp. De Domtoren Utrecht. Regensburg, 2007.
- Kipp, A.F.E. ‘Stedelijke bemoeienis met het herstel van de stormschade na de ramp van
1674’. In: Bericht van de Stichting Vrienden van de Domkerk, jrg. 19 (2007), nr. 1, p. 1-16.
- Kralt, T., W. Klukhuhn, P. van der Ros (red.). Levende monumenten. Geschiedenis, instandhouding en hedendaags gebruik van Utrechtse binnenstadskerken. Ootmarsum, 2008.
- Schaik, T.H.M. van, C. De Boer-van Hoogevest. De gotische Dom van Utrecht. Utrecht, 2004.
- Stenvert, R., C. Kolman, B. Olde Meierink, e.a. Monumenten in Nederland. Utrecht. Zwolle, 1996.
Tekst: Marieke Lenferink en Lisa Olrichs
Tekst Preekstoel: Hans Spinder, Dick Moesbergen, Ron Helsloot, Günther Nieuwdorp
Fotografie: Maarten Buruma, Henk Irrgang, Henk Jansen
Preekstoel Domkerk Foto Frans de Wolff en Frans Luteijn