Sinds de 7de eeuw hebben op deze plek Sint Maartenskerken gestaan. De laatste is, als enige in de noordelijke Nederlanden, gebouwd in de Noordfrans-gotische stijl. Aan de huidige Domkerk is gebouwd van 1254 tot 1520, toen is de bouw van het schip gestopt. Bij de tornado van 1674 is dat schip ingestort. De plattegrond is aangeduid in het plaveisel van het Domplein; toren en kerk zijn voorgoed gescheiden. Vanuit het theehuis is duidelijk te zien hoe ook kerk, pandhof en kapittelzaal een geheel hebben gevormd. Sinds de Reformatie van 1580 is de kerk, met een kleine onderbreking van 1672-1673, gebruikt voor de protestante eredienst. Er zijn schokkende sporen van de beeldenstorm (1580) aan het ‘heilig graf’ en het altaar retabel ‘Anna te drieën’. Opvallend zijn verder het grote Bätzorgel (1831), op de plaats van het voormalig hoogaltaar het praalgraf van admiraal van Gendt (1676, Rombout Verhulst), preekstoel en banken van Penaat (1926) en de ramen van R.N. Roland Holst in de transepten (1926, 1936).